Apropos

Index

- Toonaangevend Valkenswaard
        * Ten geleide
        * Boek bladerversie
        * Boek printversie (pdf)
- Zeldzame prenten Paleis Het Loo gebundeld
- Bijzondere aanwinst voor het Museum voor Religieuze Kunst te Uden
- De gilden en het Intergildekoningschieten
- Oorkondenboek

- Brabants volkslied
- Politiek wil 'Brabant' niet als volkslied
- Opnieuw bijzondere aanwinst voor het Museum voor Religieuze Kunst
- Aankoop van De orgelspelende monnik
- Hoog bezoek in Valkenswaard
- Tentoonstelling 'Máxima, 10 jaar in Nederland'
- Expositie 'Miserere, de grote boetebedevaarten in Europa'


Zeldzame prenten Paleis Het Loo gebundeld

Paleis Het Loo heeft meegewerkt aan de uitgave van een boek waarin 13 oude prenten met gezichten van het paleis en de tuinen zijn gebundeld, onder de titel 't Konings Loo. De bijzondere serie prenten werd omstreeks 1695 vervaardigd door de bekende etser Romeyn de Hooghe (1645-1708), als propaganda voor koning-stadhouder Willem III. De afbeeldingen geven een indruk van het paleis en de omringende tuinen in al hun details. Op een plattegrond wordt aangeduid vanuit welk gezichtspunt de prenten destijds zijn gemaakt.

Het gebonden boekwerk met imitatie perkamenten band maakt deel uit van een reeks uitgaven van prenten van bekende buitenplaatsen en tuinen in Nederland van rond 1700. Achterin het boek is als bijlage een prachtige vogelvlucht van Het Loo door Romeyn de Hooghe bijgesloten. Dr. J.R. ter Molen, directeur van Paleis Het Loo, schreef een inleiding en toelichtingen bij de afbeeldingen. Uitgeverij Canaletto in Alphen aan de Rijn heeft in samenwerking met de Stichting 't Konings Loo en de Stichting Nederlandse Buitenplaatsen en Historische Landschappen de uitgave verzorgd. Het boek 't Konings Loo is verkrijgbaar in de museumwinkel van Paleis Het Loo voor € 16,75 (gebonden, 90 pagina's, 34 afbeeldingen).



Paleis Het Loo Nationaal Museum

Postadres

Koninklijk Park 1, 7315 JA Apeldoorn

Ingang

via parkeerplaats Amersfoortseweg, Apeldoorn

Geopend

dinsdag t/m zondag en op feestdagen van 10.00-17.00 uur

Gesloten

maandag

Entree

€ 10,00 p.p. 6 t/m 17 jr. € 3,00 p.p, kinderen t/m 5 jr gratis

Routebeschrijving

A1 en A50 afslag Paleis Het Loo en vervolgens ANWB-borden volgen

Navigatie

Amersfoortseweg (7313 AA)

Openbaar vervoer

Station Apeldoorn, buslijn 102, halte Paleis Het Loo; buslijn 5 (Berg en Bos), 10 (Kerschoten) en 96 (Vaassen), halte Gedenknaald

Informatie

055-5772400 of www.paleishetloo.nl

Persinformatie

PR & Marketing, 055-5772459

Bijzondere aanwinst voor het Museum voor Religieuze Kunst te Uden

In de Maria-maand mei 2007 heeft het Museum voor Religieuze Kunst in Uden een gepast geschenk in ontvangst mogen nemen: een houten drukblok, met aan beide zijden voorstellingen van Onze Lieve Vrouw van Uden en Onze Lieve Vrouw van Handel. Het blok is gesneden door Philip Lecuyer, een rondreizende drukker. Afdrukken van het houtblok verkocht hij aan bedevaartgangers.
De vondst van het houtblok, dat in 1996 op een rommelmarkt werd gekocht door de schenker, is van grote waarde. Het onderstreept het historische belang van de nog altijd populaire bedevaartplaatsen Uden en Handel. Daarnaast is het object zelf uniek, er zijn nauwelijks drukblokken uit die periode overgeleverd.
Het blok is rond 1770 gemaakt en toont de situatie uit die periode: het genadebeeld van Onze Lieve Vrouw ter Linde van Uden in de boom tussen de oude kapel en de voormalige kerk. Aan de andere kant het Mariabeeld van Handel, omringd door de kapel en het nabijgelegen Gemert.
De dorpen Handel en Uden lagen in de zogenaamde Vrije Heerlijkheden, gebieden die niet onder het gezag van de Republiek vielen. In de zeventiende en achttiende eeuw mochten katholieken hier hun geloof openlijk belijden, terwijl dat in de Staatse gebieden verboden was. Katholieken uit deze Staatse gebieden, zoals de Meijerij van Den Bosch, weken daarom uit naar Uden en Handel voor Maria. De stroom van pelgrims was kennelijk zo groot dat Lecuyer er brood in zag om er prenten van af te drukken.

naar boven



De gilden en het Intergildekoningschieten

Sint-Catharina
Valkenswaard

Sint-Martinus v/h Heilig Sacrament Dommelen

Sint-Nicolaas
Valkenswaard

Sint-Petrusbanden
Schaft

Sint-Sebastiaan
Borkel

De vijf gilden van Valkenswaard c.a.

De gilden; een stukje historie

De gilden zijn "verenigingen" die van oudsher het bewaren en doorgeven van het culturele erfgoed hoog in het vaandel voeren. Vroeger bestonden er verschillende soorten gilden. Zo kennen we de ambachtsgilden, de Cloveniersgilden, kerkelijke gilden en de schuttersgilden. Met name de schuttersgilden hadden de taak het dorp en haar gemeenschap te beschermen tegen allerlei kwalijke invloeden van buitenaf, zoals rondtrekkende roversbenden, het begraven van slachtoffers van besmettelijke ziekten en het blussen van branden. De naam "schuttersgilde" komt dan ook niet voort uit het feit dat één van de bezigheden van een gilde het schieten betreft, maar is afgeleid van het woord "beschutten" of "beschermen". Om zichzelf te beschermen kozen de gilden een patroonheilige met wie zij zich verbonden voelden en tot wie zij in tijden van nood baden om aldus zijn of haar hulp in te roepen. Zie hier de verklaring voor de namen van de gilden.

Van vroeger uit hebben de schuttersgilden een nauwe band met de kerkelijke en wereldlijke overheid. Zij waren zij betrokken bij alles wat met kerk en samenleving te maken had. Als we kijken hoe dat nu, zij het in mindere mate, nog altijd gebeurt, dan proberen de gilden ook op dit vlak de tradities in ere te houden. Dit alles komt mede tot uiting in één van de doelstellingen van de huidige schuttersgilden, namelijk het bewaren en het uitdragen van eeuwenoude tradities en de tegenwoordige mens bewust te laten zijn van hetgeen ooit is geweest. De gilden doen dit onder meer door wedstrijden te organiseren in disciplines zoals bijvoorbeeld het schieten, het trommen en het vendelen. Net als de gildebroeders van weleer zich moesten oefenen in deze disciplines, om uiteindelijk hun taken goed te kunnen uitvoeren, gebeurt dat heden ten dage dus nog steeds, op een zo traditioneel mogelijke manier. Een ander belangrijk aandeel in het tot stand brengen van de doelstelling vormt het archiveren en conserveren van oude, maar ook hedendaagse documenten en gebruiksartikelen van de gilden. Kortom, zorgen dat er zoveel mogelijk bewaard blijft van wat de gilden eigen is.

Het Intergildekoningschieten; wat houdt het in?

Het Intergildekoningschieten is een jaarlijks terugkerend evenement waarbij de koningen van de vijf gilden van Groot Valkenswaard strijden om het koningschap van onze gemeente.

Met Groot Valkenswaard wordt bedoeld, Valkenswaard tezamen met de dorpen Borkel, Dommelen en Schaft. De vijf deelnemende gilden zijn het Sint-Catharinagilde en het Sint-Nicolaasgilde, beiden uit Valkenswaard, het Sint-Martinusgilde van het Heilig Sacrament uit Dommelen, het Sint-Sebastiaangilde uit Borkel en het Sint-Petrusbandengilde uit Schaft.

De inzet van het Intergildekoningschieten is, zoals gezegd, het koningschap van Groot Valkenswaard. De winnende koning mag gedurende een jaar het, door de gemeente geschonken, zilveren koningschild dragen.

De geschiedenis

Het Intergildekoningschieten werd voor het eerst gehouden op 21 mei 1995. Op die dag presenteerde het Borkelse Sint-Sebastiaangilde haar nieuwe gildekostuums voor het eerst aan de plaatselijke bevolking. Om het geheel een beetje cachet te geven had men de koppen bij elkaar gestoken om iets ludieks te organiseren. De uitkomst van deze denktank was het Intergildekoningschieten. Aan het gemeentebestuur werd gevraagd of zij een zilveren koningschild wilde schenken waarin zij met graagte heeft toegestemd. Sindsdien is het Intergildekoningschieten jaarlijks gehouden, steeds op het schietterrein van de regerend koning. Ook was steeds de organisatie in handen van het gilde van de regerend koning.

Het heden

Om het evenement meer bekendheid te geven bij dat deel van de bevolking dat niet tot de gilden behoort, is in 2003, toen de gilden de vriendschapsbanden nauwer hebben aangetrokken en het plan hebben opgepakt meer evenementen samen te gaan organiseren, het idee geboren om het Intergildekoningschieten voortaan in één van de dorpskernen van de gemeente te houden. Gekozen werd om het evenement in de dorpskern van de regerend koning te houden. In 2007 werd het Intergildekoningschieten dus voor de vijfde keer in een van de dorpskernen van de gemeente en voor de dertiende keer in de geschiedenis gehouden.

Omdat Peter de Laat van het Sint-Catharinagilde in 2007 met de eer ging strijken en koning van Groot Valkenswaard werd, vond het Intergildekoningschieten ook in 2008 plaats in het Willem II park in Valkenswaard. Op 15 juni 2008 werden in het park wederom schietbakken geplaatst waarop de houten vogel zijn plek weer innam. Nadat de vijf koningen om de beurt hadden geschoten, viel bij het 76e schot de beslissing: Peter de Laat werd opnieuw Intergildekoning. Op zondag 28 juni 2009 was het Ad van Mierlo die met een goed gericht schot de vogel naar beneden haalde en Intergildekoning werd. Omdat er toch de voorkeur aan wordt gegeven om de plaats van het evenement te laten rouleren, was in 2010 het St. Martinusplein in Dommelen het decor van het Intergildekoningschieten. Daar wist Marco Hendriks van het Sint-Nicolaasgilde de fel begeerde titel in de wacht te slepen. Voor 2011 staat het evenement gepland voor zondag 26 juni en zal plaatsvinden nabij de molen Sint Antonius Abt in Borkel.

Interessant detail is dat er geschoten wordt met zogenaamd zwaar 18 mm kaliber. Dit maakt het schieten voor zowel de schutters maar ook voor het publiek een stuk aantrekkelijker en spectaculairder dan het schieten met het klein kalibergeweer.

Programma

Het Intergildekoningschieten verloopt als volgt:

Normaliter wordt rond de klok van 12.00 uur begonnen met een optocht van de vijf gilden door de straten grenzend aan de plaats van het evenement. Hierna vindt de zogenaamde Massale Opmars plaats, wordt de Eed van Trouw aan het kerkelijk en burgerlijk gezag hernieuwd en een vendelhulde gegeven.

Als dit achter de rug is, zal de burgemeester de regerend koning het herinneringschild uitreiken en het evenement officieel openen. En dan is de tijd aangebroken om de eerste schoten te gaan lossen. Dit gebeurt door de burgemeester, de wethouders en enkele genodigden, waarna de eigenlijke wedstrijd kan beginnen.

Naast de wedstrijd voor de koningen is er een aantal open schiet-wedstrijden, waaraan iedereen kan deelnemen (mits ouder dan 16 jaar). Niet alleen gildebroeders en -zusters, maar ook mensen uit het publiek zijn dus vrij om aan de wedstrijden mee te doen. Bij alle wedstrijden zijn prachtige prijzen te winnen.

De aanwezige gildebroeders en -zusters zijn zoals gewoonlijk graag bereid de bezoekers informatie te geven over wat de gilden, naast het schieten met geweer en kruisboog, verder nog doen.

naar boven


Oorkondenboek

Vanaf nu is de database van het Oorkondenboek Noord-Brabant (694-1312) via de website van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, www.inghist.nl te raadplegen. Het Oorkondenboek Noord-Brabant bevat gegevens over 2.284 oorkonden uit de periode vóór 1312 die betrekking hebben op het grondgebied van de huidige provincie Noord-Brabant. Per oorkonde bevat de database een korte samenvatting van de inhoud en gegevens over de uiterlijke vorm, de vindplaats(en) en de achtergrond van de stukken, zonodig vergezeld van informatie over ontstaan, samenhang, echtheid en overlevering. Ook is er een aparte literatuurlijst bij opgenomen. De dossiers van de oorkonden bestemd voor de delen III en IV liggen bij het Brabants Historisch Informatie Centrum. Via website www.bhic.nl (info, links) is de database ook raadpleegbaar.

Eerder zijn in boekvorm verschenen:
deel 1 (in 1979, in twee banden): De Meierij van 's-Hertogenbosch (met de heerlijkheid Gemert), met 887 oorkonden en deel II (in 2000, eveneens in twee banden): De Heerlijkheden Breda en Bergen op Zoom, met 668 oorkonden.
Met de publicatie van deel II is de boekvorm afgesloten. De gegevens die zijn verzameld voor de delen III-IV (Noord-West en Noord-Oost Brabant) en de kerngegevens van de delen I en II zijn nu dus raadpleegbaar via deze nieuwe database.

Database Oorkondenboek Noord-Brabant
Het Oorkondenboek Noord-Brabant is opgezet voor het grondgebied van de provincie Noord-Brabant, zoals de grenzen rond 1960 waren. Het bevat dus veel meer dan alleen de oorkonden uit het noordelijke gedeelte van het middeleeuwse hertogdom Brabant. Ook gegevens van de oorkonden over plaatsen en personen uit de in de loop van de dertiende en veertiende eeuw Hollands geworden gebieden Land van Heusden, Land van Altena en Berne zijn verzameld.
Dit geldt tevens voor de in het noord-oosten van Noord-Brabant gelegen gebieden, die niet Brabants waren: Megen, Ravenstein, Cuijk, Boxmeer en Sambeek. Deze verzameling van gegevens is overigens niet meer dan een werkbestand.

In één database zijn nu te vinden:
* de samenvatting van de oorkonden uit de in boekvorm gepubliceerde delen I (887 oorkonden betreffende het kwartier van de Meierij van 's-Hertogenbosch, met Gemert) en II (668 oorkonden betreffende de heerlijkheden Breda en Bergen op Zoom);
* de samenvatting van een aantal oorkonden uit de oorspronkelijk
geplande delen III (Heusden, Altena, Berne) en IV (Megen, Ravenstein, Cuijk, Boxmeer en Sambeek);
* de samenvatting van de oorkonden verzameld voor een supplement op deel I;
* de brongegevens van de oorkonden van de delen III en IV en van het supplement (de brongegevens van de delen I en II zijn in de
gepubliceerde boeken te vinden)
Aan de gegevens van de 1555 oorkonden van de boekdelen I en II  zijn hiermee nog de gegevens van 729 oorkonden toegevoegd.

Hoe komt u er?
U gaat naar de website van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (www.inghist.nl), vervolgens klikt u op Onderzoek, dan klikt u bij de periode op Middeleeuwen, en vervolgens op Oorkonden van Noord-Brabant 694-1312.

naar boven


Uit het Eindhovens Dagblad van woensdag 22 augustus 2007, pag. 36

‘Brabant’ van Meeuwis is goede keuze

Het Brabants volkslied is er al: ‘Brabant’ van Guus Meeuwis.

Door Arnoud-Jan Bijsterveld

Al jarenlang laait de discussie steeds weer op: kan Noord-Brabant, waar onder de bevolking een weliswaar onbeschrijflijk maar toch duidelijk Brabants gevoel leeft, nou niet een lied kiezen dat we als provinciaal volkslied kunnen gebruiken bij blije, plechtige en droeve gebeurtenissen? Het is geprobeerd met volksraadplegingen, er is een provinciale commissie op gezet, de Commissaris van de Koningin ging zelf aan de slag: het hielp allemaal niets.

Laten we vooraf één ding vaststellen: een volkslied is niet een door het volk bij meerderheid van stemmen gekozen liedje. Een volkslied is niet het winnende liedje van een songfestival. Een volkslied is een door de overheid aangewezen lied waarvan vervolgens maar gehoopt moet worden dat ook de bevolking het mee gaat dragen. Zo is het gegaan bij het Wilhelmus (van regeringswege gekozen in 1932) en ook met de Nederlandse vlag (Koninklijk Besluit van 1937) en met het wapen en de vlag van de Provincie Noord-Brabant (respectievelijk ingevoerd in 1920 en in 1959 ingesteld).

Dus: de Provincie (dat wil zeggen Provinciale Staten, al dan niet op voorstel van Gedeputeerde Staten) zou een provincielied kunnen vaststellen in de hoop dat dit draagvlak verwerft onder de bevolking. Dat was ook het voorstel van de commissie van een paar jaar terug, met dien verstande dat toen werd voorgesteld een melodie te laten componeren en die via de provinciale media bekendheid te geven als de herkenningsmelodie van de Provincie.

Succesvolle bard kreeg in zijn eentje klaar waar politici niet uitkwamen

De melodie zou vervolgens door tekstdichters in de provincie van teksten voorzien kunnen worden, zodat er verschillende versies zouden ontstaan en verschillende – naar plaats en gelegenheid wisselende – toe-eigeningen. Een soort groeilied dus, met de boodschap dat het ‘van iedereen’ zou moeten worden. We zagen en hoorden het al voor ons: een Frans Bauer-versie, een Gerard van Maasakkers-versie, een Brabants Orkest-versie, een Bredaas couplet, een Cuijkse variant …

Maar ondertussen was er die succesvolle bard uit het Tilburgse die in zijn eentje klaar kreeg waar politici en commissies maar niet uitkwamen: hij kwam in 2003 met een pakkende melodie met een toegankelijke tekst die alom door mensen werd omarmd. Een tekst die dicht bij het ‘eigen gevoel’ blijft en dus beter past in de huidige tijd dan groene gouwen of wijde luchten.

Emotie? Jazeker, maar niet die van eigen roem of grootse daden, maar van mensen die van elkaar houden en iets met elkaar delen. Een prachtige, ontroerende clip op Omroep Brabant en het daverende succes van Guus Meeuwis deden de rest.

Waar de commissie een dure en langdurige publiciteitscampagne voor zich zag, ging het ineens vanzelf: ‘Brabant’ werd een lied van zeer velen. Toe-eigening is er ook genoeg: door PSV, door de stad ’s-Hertogenbosch op Koninginnedag, als speels gearrangeerde achtergrondmuziek in de uitzendingen over ‘Brabant 900’ op Omroep Brabant TV.

We hébben dus een volkslied, in oost en west omarmd en toegeëigend. Nu nog even officieel vaststellen dat dit het is. Dat moet de Provincie doen. Arrangeurs en tekstdichters (Guus zelf wellicht?) kunnen er vervolgens voor zorgen dat we een lied hebben waarmee we de komende tijd bij rouw en trouw vooruit kunnen. Her en der kan de tekst wellicht nog wat beter en scherper; zo mag er behalve ‘de Peel en de Kempen en de Meierij’ misschien ook wel een verwijzing naar de andere regio’s in. Dan hebben we eindelijk een volkslied: tot onze inzichten veranderen, want dat kan natuurlijk altijd. Niet voor niets werd in 1932 het oude Nederlandse volkslied ‘Wien Neêrlands bloed’ terzijde geschoven. Het ‘Brabantse gevoel’, die wat onbestemde maar toch reële lotsverbondenheid van Brabanders onderling, evolueert immers ook dagelijks.

Prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld is hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Universiteit van Tilburg

naar boven


Eindhovens Dagblad 30 augustus 2007

Politiek wil ‘Brabant’ niet als volkslied

College van GS verwijst besluit door naar Provinciale Staten

Den Bosch – ‘Brabant’ van Guus Meeuwis wordt, zoals het er nu naar uitziet, niet het officiële volkslied van Brabant. Het pleidooi daarvoor kwam van de gezamenlijke Brabantse dagbladen en omroepen.

De media hebben daarover recent een brief gestuurd aan de Commissaris van de Koningin, mevrouw Hanja Maij-Weggen als voorzitter van Gedeputeerde Staten. Juist omdat Maij-Weggen al bij haar benoeming riep dat er een volkslied moest komen.

Maar het dagelijkse bestuur van de provincie heeft de kwestie gisteren doorverwezen naar Provinciale Staten. En de twee grootste partijen in de volksafvaardiging, CDA en SP, hebben al gezegd dat zij zich niet hard gaan maken voor het initiatief.

Volgens fractievoorzitter Wim Thuis van het CDA is het ‘een heel mooi lied, maar geen volkslied’. De SP is het daarmee eens en de twee partijen hebben samen een meerderheid in Provinciale Staten.

naar boven


Opnieuw bijzondere aanwinst voor Museum voor Religieuze Kunst Uden

‘Meesterwerk’ voor Museum voor Religieuze Kunst

Dankzij financiële steun van diverse fondsen heeft het Museum voor Religieuze Kunst in Uden recent een zeer bijzonder werk kunnen verwerven: een prachtig gesneden, 36 cm hoog ivoren beeld van Maria op de maansikkel en de  wereldbol. Dit type voorstelling wordt een Maria Immaculata, Maria Onbevlekt Ontvangen, genoemd. Maria vertrapt als een tweede Eva het kwaad onder haar voeten in de vorm van de slang. Op kleine details na is het beeld uitzonderlijk gaaf. De fraaie uitwerking van het uitwaaierende gewaad, de rond de maansikkel kronkelende slang met de appel in zijn bek en de zwevende engelenkopjes op de wolken getuigen van grote vaardigheid van de meester, waarvan met reden kan worden aangenomen dat het Mattheus van Beveren (Antwerpen 1630-Brussel 1690) is. 

Aan Van Beveren wordt een soortgelijk ivoren beeld toegeschreven, dat deel uitmaakt van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. De ivoren Maria van het Rijksmuseum is iets hoger, de uitvoering net iets afwijkend. De Amsterdamse Maria maakt een ingetogen, classicistische indruk terwijl de Udense Maria een schoolvoorbeeld is van de elegante barok uit Antwerpen. In Antwerpen was later, in de 18e eeuw ook Walter Pompe actief. Het werk van Van Beveren was voor de in het Brabantse Lith geboren Pompe een inspiratiebron. Door de aankoop van de Maria Immaculata van Van Beveren komt het werk van Walter Pompe in het museum in een bredere historische en artistieke context te staan.

Het ivoor kon worden aangekocht dankzij de genereuze, financiële steun van de Vereniging Rembrandt, de Mondriaanstichting, de Provincie Noord-Brabant en de Stichting Vrienden van het Museum voor Religieuze Kunst. Bij de aankoop is intensief samengewerkt met de collega’s van het Rijksmuseum te Amsterdam.

naar boven


Aankoop
De orgelspelende monnik
van Johannes Bosboom, 1871

Het Museum voor Religieuze Kunst te Uden heeft recent een zeer interessant werk van Johannes Bosboom kunnen verwerven. Het schilderij, afkomstig uit de kunsthandel, toont een orgelspelende en een zingende monnik uit 1871. Dit motief heeft Bosboom opgedaan tijdens zijn reis door het oosten van Noord-Brabant, toen hij ondermeer het karmelietenklooster te Boxmeer en het franciscanenconvent te Megen bezocht. Het werk is behalve vanwege zijn motief ook interessant als aanvulling op de collectie. In het museum is immers al geruime tijd het pendant van de aanwinst aanwezig: een kapel met zingende nonnen. Beide werken zijn nu weer herenigd en worden getoond in een passend kloostermilieu.

Toelichting

Het motief van de orgelspelende monnik vond Bosboom omstreeks 1850 toen hij verbleef in noordoost Noord-Brabant, de regio met de oudste monumentale kloosters van ons land. Het authentieke karakter van de architectuur en het monastieke leven inspireerde de schilder, vooral bekend om zijn kerkinterieurs. Binnen de muren van de kloosters schilderde en aquarelleerde hij kloosterkeukens, pandgangen en trappenhuizen.

Voor Bosboom was het oproepen van licht, van sfeer, belangrijker dan het streven naar een exacte weergave van het onderwerp. Dit komt naar voren in de uitwerking van het motief van ‘de orgelspelende monnik’. De laatste versie uit 1881 is impressionistisch, terwijl de eerste versie uit 1850 tot de romantische school gerekend wordt. Een variant uit 1871, de recente aanwinst, kan beschouwd worden als een sleutelwerk. In dit schilderij onderzoekt Bosboom het spel tussen licht en donker. Deze queeste kostte hem de nodige hoofdbrekends, Bosboom begon er in 1867 aan, maar slaagde er niet in om het werk voor 1871 voltooid te krijgen. Toen zijn vrouw, de bekende schrijfster Geertruida Bosboom-Toussaint, bemerkte dat de schilder wéér met het thema worstelde en in een depressie belandde, schreef zij in een brief aan Potgieter: Ik houd voor zeker, dat hij beter zal zijn als die lelijke nonnen en monniken maar weer uit ons huis zijn". 

De orgelspelende monnik

               Twee zingende nonnen

Voor het museum is de verwerving van dit werk niet alleen van belang vanwege de topografische iconografie: een orgelspelende monnik uit het klooster van Boxmeer, met elementen van het klooster van Megen. Van even groot belang is de aanvulling die de komst van dit schilderij betekent op een reeds eerder door het museum verworven paneel van de schilder, voorstellende twee zingende nonnen (MRK 0068). Het recent verworven schilderij (MRK 4452) is één van de twee nu bekende pedanten, tegenhangers van het paneel met de twee zingende nonnen. Alle drie hebben zij dezelfde maatvoering. Door de aankoop van dit schilderij kunnen monniken en nonnen weer als een soort tweeluik naast elkaar geëxposeerd worden en kan de werkwijze, de ontwikkeling van de kunstenaar meer inzichtelijk gemaakt worden. Vervloekte mevrouw Bosboom-Toussaint in 1871 deze werken, en hield zij hen verantwoordelijk voor de neerslachtigheid van haar man, voor het museum betekenen zij, het verguisde onderwerp met monniken en nonnen, een waardevol ensemble met een hoge documentaire en iconologische waarde.

naar boven
 


Hoog bezoek in Valkenswaard

Interview met Nol Willems – WO II

Op 5 februari 2009 ben ik, Mieke van Moolenbroek, in gezelschap van Jan van den Nieuwenhuijzen, bij de heer Nol Willems op bezoek. Hij wil zijn herinneringen aan WO II vertellen. Het is die morgen koud en op het erf liggen, hier te midden van de akkers, nog hele plukken sneeuw. Binnen is het beter en de geur van verse koffie komt ons al tegemoet. We worden zelfs verwend met cake, nog over van mijn verjaardag, zegt Nol. Afgelopen zondag 1 februari 2009 is hij, zo blijkt, 75 jaar geworden. In de oorlogsperiode woont hij als 11-jarige met zijn ouders net voorbij de ‘Stenen brug’ in een boerderij aan de Luikerweg. Hij is de derde zoon in het gezin. Zijn vader overlijdt als Nol 16 jaar oud is. Al vroeg leerde hij wat werken is.

Zo dicht bij de Luikerweg wonen is tijdens de oorlog niet veel gevaarlijker dan elders in Valkenswaard, maar in de periode rondom de bevrijding verandert dat begrijpelijkerwijs. Immers, aan beide zijden van deze weg zijn begin september 1944 Duitse militie-eenheden  samengetrokken. Die wachten op nieuwe instructies. Later zal de Luikerweg half september 1944 door de geallieerden gebruikt worden als doorgangsweg, waarlangs de militairen van ‘Operation Market Garden’ en al hun materieel Zuid Oost Brabant binnentrekken.

Veiligheidshalve wordt door de geallieerde troepen, die dan in Lommel-Kolonie, net over de grens in België, hun voorlopige bivak hebben en eveneens op nieuwe bevelen wachten, een verkenningstocht uitgevoerd. Tijdens deze verkenningstocht op 11 september 1944 wordt het voor de geallieerden al snel duidelijk dat er vijandelijke troepen in het omliggende terrein liggen. Ze worden namelijk op de terugweg net voor de grens heftig beschoten.

Van Duitse zijde heeft men best begrepen dat de ‘Stenen brug’ over de Dommel straks essentieel is voor een vlotte doorstroming van de oprukkende geallieerde troepen, eerst richting Eindhoven en dan verder naar Arnhem, zoals later blijkt. Er is hen dus veel aan gelegen om in elk geval die doortocht te stagneren. Daarom nemen de Duitsers het besluit de ‘Stenen brug’ te verstoren. Deze actie vindt plaats in de periode tussen de verkenningstocht van de geallieerden op zondag 11 september 1944 en de bevrijding van Valkenswaard op 17 september 1944. De familie Willems krijgt dwingend het consigne aangezegd dat de boerderij ontruimd moet worden. Onderdak wordt, op last van de Duitsers, gevonden bij Peer Das aan de Luikerweg bij de Aardbrand, ongeveer tegenover de plaats waar nu de blokhut van de Sint Maarten scouting in het bos ligt. Dat oorspronkelijke huis staat er nu niet meer, een latere eigenaar van dat pand heeft het afgebroken en nieuwbouw gepleegd.

Tengevolge van de enorme explosie die de brug over de Dommel compleet vernietigt, zijn alle  ruiten gesprongen en liggen er overal brokstukken. Niet alleen op het erf van de boerderij van Willems, maar ook een stuk verderop, zelfs helemaal tot bij Peer Das.

Operation Market Garden bestaat uit twee delen: ‘Market’ is de naam van de troepenondersteuning vanuit de lucht. Met ‘Garden’ worden de gevechtshandelingen op de grond bedoeld. Vanwege het belang van de doortocht hebben de geallieerden vanuit hun vliegtuigen de Luikerweg in het vizier. Op de dag van de beschieting ligt Valkenswaard behoorlijk onder vuur. Indrukwekkend laag komen ze over, die vliegtuigen van waaruit met mitrailleurs wordt geschoten.

Intussen is, na het opblazen van de brug, onverhoopt de rechtstreekse doortocht voor de geallieerden haast onmogelijk geworden. Enkele, waarschijnlijk de eerste voertuigen en tanks gaan, zo lijkt het, onverstoorbaar dwars door de Dommel naar de andere oever. Daarna verdwijnen ze richting centrum Valkenswaard. Dat is natuurlijk niet de beste manier want deze route kost tijd en daardoor stagneert de doortocht van de militaire colonne behoorlijk. Als oplossing wordt gekozen voor de onmiddellijke aanleg van een Baileybrug, naast de kapotte oude brug. In ongeveer 14 dagen is door de Engelse Genietroepen het karwei geklaard. De verdere afwikkeling van Operation Market Garden verloopt daarna zoals gepland. Komend vanaf de grens wordt rechtdoor gereden via de Luikerweg en over de nieuwe Baileybrug naar Valkenswaard. Tot die tijd is er wel een alternatief gevonden want langs de Groenstraat  en daarna de Bergstraat kan men, via Dommelen, het centrum van Valkenswaard te bereiken.

De Groenstraat in Dommelen loopt in 1944 vanaf de Sint Martinuskerk met een bocht naar links daar waar nu een woonwijk ligt, die na de oorlog is gebouwd. Het laatste stuk van de toenmalige Groenstraat, richting Luikerweg, is later omgedoopt tot Venbergseweg. Van asfalt is in 1944 nog geen sprake en er staan dan ook geen bomen langs de kant van de weg. Die zijn pas later geplant nadat de ruilverkaveling hier in Zuid Oost Brabant uit de jaren 1960-76 is afgerond.

In Valkenswaard is in 1944 de ravage na de beschieting erg groot en op de Luikerweg krijgt men ook het nodige mee. De familie Willems vlucht weg naar de familie Mikkers, waar ze ongeveer 14 dagen lang onderdak krijgen. Tijdens de beschieting zitten beide families in de schuilkelder. Dat is eigenlijk een zelf gegraven gat in de grond, vanaf de weg niet te zien omdat deze kelder precies achter een ‘berg’ in de tuin is gegraven. Natuurlijk gaat de verzorging van de thuisgebleven beesten zo goed en zo kwaad als het gaat gewoon door. Zodoende wordt ‘de Grijze Belgische knol’, het paard van Willems, gekwetst terug gevonden. Hij is geraakt en hij mist een been. De ‘Grijze’ wordt uit zijn lijden verlost door een genadeschot en met de hulp van bekenden op een ‘aardkar’ gelegd en naar Lodewijks gereden. Die zal ‘de Grijze’ netjes verdelen en voor consumptie voorbereiden. Iedereen, die geholpen heeft bij dit laatste transport, deelt mee en kan een maaltijdportie mee naar huis nemen.

Slager Jan Lodewijks heeft in 1944 een café annex kruidenierszaak en slagerij op de hoek van de Groenstraat en de Bergstraat in Dommelen, daar waar nu café De Nachtegaal is gesitueerd. De huidige cafetaria is eigenlijk de verbouwde slagerij van toen. Tussen het café en de cafetaria is de kruidenierszaak nu nog te herkennen omdat dat gedeelte in een andere stijl is aangebouwd.

Thuis gekomen vindt de familie Willems de grote schuur, die achter de boerderij staat, totaal stukgeschoten terug. Het lijkt wel een zeef en de henne-veren hangen aan de balken. Die waren in paniek alle kanten op gevlogen. Daarna probeert men de draad van het gewone leven weer op te nemen. Als in de weken na de bevrijding het normale leven weer zijn gewone gangetje gaat, worden overal op het land van Willems nog 18 niet ontplofte granaten gevonden. Dat geeft de nodige consternatie. Alhoewel … het had heel anders kunnen aflopen met gewonden in de familie of misschien nog wel erger. Tegenwoordig woont Nol op de Venbergseweg maar hij komt nog vaak op de boerderij, zijn ouderlijk huis, waar nu zijn zoon met zijn gezin, hoewel op eigentijdse manier, toch de familietraditie voortzet.

We lijken uitgepraat, maar Nol heeft kennelijk nog een herinnering die hij kwijt wil. Wat hij vertelt is een complete verrassing want wie heeft ooit geweten dat … in het begin van oktober 1944 op het land achter de boerderij van Willems, gelegen langs de Groenstraat, onverwacht en heel geheimzinnig een tweepersoons vliegtuigje is geland. Vrijwel onmiddellijk komt vanaf de Luikerweg met grote snelheid een deftige auto aangereden. Die neemt de beide passagiers mee om dan in volle vaart weer weg te rijden. Wat gebeurt daar? Wie kunnen die twee mannen zijn? Waar komt die auto vandaan of beter nog, waar gaan ze zo snel naartoe?  Natuurlijk zijn ze bij Willems nieuwsgierig.

Later wordt bij navraag medegedeeld dat de piloot van het vliegtuigje de Engelse koning George VI is. Toe maar! Wat komt die hier zoeken? De reden van dit hoge bezoek is een belangrijke geheime afspraak van koning George VI met de Engelse legertop. Die afspraak met de generaals Miles Dempsey en Bernard Montgomery is op 13 oktober 1944 in het Engelse hoofdkwartier ‘near Nijmegen’ gepland.

Koning George VI

Dit geheim overleg vindt plaats in de beste kamer van een boerderij in het kerkdorp Langenboom, behorend tot de gemeente Mill en St. Hubert. Eigenlijk best opmerkelijk want in Overloon, zo´n 25 kilometer van Langenboom verwijderd, wordt op dat moment nog hard gevochten, van man tegen man.

Generaal Miles Dempsey

Generaal Bernard Montgomery

De keuze voor vliegveld Welschap is begrijpelijk omdat de oorlogssituatie ‘near Nijmegen’ nog veel te onrustig is. Helaas, gedwongen door de slechte weersomstandigheden bij Welschap is daar landen geen optie. Daarom wordt snel naar een adequate plek in de buurt gezocht, waar landen wel mogelijk is. En dat is klaarblijkelijk de akker van de familie Willems. Het koninklijk gezelschap zet de reis naar de bestemming ‘near Nijmegen’ per auto voort. Een paar uur later komen andere militairen, nadat de weersomstandigheden verbeterd zijn, het kleine vliegtuigje ophalen. De familie Willems is zich tijdens de hele operatie van geen koninklijk bezoek bewust. Toch wel een beetje jammer, eigenlijk.

Bronnen:
Nol Willems
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

naar boven


Toonaangevend Valkenswaard

Op 3 januari 2010 werd deze nieuwe publicatie van het Historisch Genootschap Valkenswaard gepresenteerd. Dit boek is de neerslag van het omvangrijke studieproject ‘Anderhalve eeuw muziek in Valkenswaard’. Voor de realisatie van dit project, een initiatief van het Genootschap, mocht de stichting, naast de inzet van vier eigen bestuursleden rekenen op de medewerking van vier actieve muziekmakers uit Valkenswaard.

De eindredacteur/samensteller – tijdens de looptijd van het project directeur van achtereenvolgens het Centrum voor Muziek en Dans te Valkenswaard en Kunstkwartier Helmond – neemt de verantwoording voor de inhoudelijke kwaliteit en samenstelling van deze publicatie geheel voor zijn rekening. De moderne lay-out en prachtige grafische afwerking van het boek is door drukkerij Spapens uit Waalre verzorgd. De hierna volgende speciale websitekatern, die eveneens door deze samenwerking tot stand is gekomen, laat u alvast kennis maken met het uiterst verzorgde resultaat van onze inspanningen. Een eenvoudige muisklik op het ‘ezelsoor’ rechtsonder elke websitepagina maakt het mogelijk door deze extra katern te bladeren. Als factor van het Historisch Genootschap wens ik u, geachte lezer, veel leesplezier toe!
Mieke van Moolenbroek


naar boven


MÁXIMA, 10 jaar in Nederland

8 mei t/m 4 september 2011

Van 8 mei tot en met 4 september aanstaande is op Paleis Het Loo de tentoonstelling ‘MÁXIMA, 10 jaar in Nederland’ te zien. Naast haar plaats in de Koninklijke Familie belicht deze unieke expositie de verschillende maatschappelijke functies die prinses Máxima gedurende de afgelopen tien jaar in de Nederlandse samenleving vervulde. 

Tien jaar woont prinses Máxima nu in Nederland. Enerzijds vervult zij als echtgenote en moeder een rol in de dynastieke opvolging. Anderzijds heeft zij met haar intensieve en veelzijdige werk, veel in de Nederlandse samenleving en daarbuiten betekend. Alle verschillende ‘rollen’ van prinses Máxima worden in de tentoonstelling belicht, mede aan de hand van foto’s en filmbeelden. De prinses heeft een belangrijke positie verworven binnen de samenleving.

De eerste officiële kennismaking van het Nederlandse volk met de Prinses, namelijk de aankondiging van de verloving met prins Willem-Alexander via de televisie in 2001, is tevens het startpunt van de tentoonstelling. Vervolgens wordt aandacht besteed aan haar introductieperiode met de kennismakingsbezoeken van het paar aan de 12 provincies. En dan volgen de huwelijksvoltrekking in 2002 en de doop van prinses Amalia. Als echtgenote van de Prins van Oranje is zij aanwezig bij de jaarlijkse opening van de Staten Generaal, de viering van Koninginnedag, staatsbezoeken en bijzondere plechtigheden aan andere vorstelijke hoven. Gezamenlijk neemt het prinselijk paar deel aan officiële buitenlandse bezoeken en vertegenwoordigt het Nederland bij grote internationale manifestaties zoals de Olympische Spelen.  

Ook vervult prinses Máxima diverse functies op maatschappelijk terrein. Als beschermvrouw is zij nauw betrokken bij het werkveld van het Oranje Fonds, bijvoorbeeld buurtwerk, maatjesprojecten en vergroten van perspectieven voor jongeren. Als erevoorzitter van het platform CentiQ levert zij een bijdrage aan de financiële educatie van jongeren en verstandig omgaan met geld. Prinses Máxima zet zich ook al jarenlang in binnen- en buitenland in voor betere toegang tot financiële diensten voor iedereen, onder andere voor de Verenigde Naties.  De bevordering van ondernemerschap ziet zij als instrument voor participatie en economische zelfstandigheid en waardigheid.

Prinses Máxima stemt haar kledingkeuze steeds zorgvuldig af op de betreffende gelegenheid. Van haar elegante kleding, die wordt getypeerd door een modieuze eigen stijl, zullen op de expositie diverse ensembles te zien zijn: de prachtige trouwjurk van ontwerper Valentino, voorbeelden van bijzondere galakleding, maar ook creaties die zij bij activiteiten op velerlei gebied heeft gedragen.

Paleis Het Loo Nationaal Museum
Postadres Koninklijk Park 1, 7315 JA Apeldoorn.
Ingang via de parkeerplaats aan de Amersfoortseweg, Apeldoorn.
Geopend dinsdag t/m zondag en op beide kerstdagen van 10.00-17.00 uur.
Gesloten maandag en Nieuwjaarsdag.
Entree € 12,50 p.p., 6 t/m 17 jr. € 4,00 p.p., t/m 5 jr. en houders MK gratis entree.
Routebeschrijving vanaf de A1 en A50 afslag Paleis Het Loo en vervolgens ANWB-borden volgen.
  Navigatieadvies: Amersfoortseweg, 7313 AA.
Openbaar vervoer Station Apeldoorn, buslijn 102, halte Paleis Het Loo;
  buslijn 5 (Berg en Bos), 10 (Kerschoten) en 90 (Veluwelijn), halte Gedenknaald
Informatie 055-5772400 of www.paleishetloo.nl.
Persinformatie 055-5772463 of 055-5772400
   
naar boven

Tentoonstelling 'Miserere,

de grote boetebedevaarten in Europa'

Marrie Bot

26 februari - 25 april

Pelgrimeren is populair. Tegen de secularisatie in groeit het aantal bedevaartgangers en pelgrims nog altijd. Even verrassend is de aandacht voor Santiago. De tocht naar het graf van Jacobus in het Noordwesten van Spanje raakt meer en meer bekend. Geen bedevaart wordt ondersteund en gekoesterd door zoveel verenigingen, geen wandeltocht vertegenwoordigt zozeer de idealen van de Europese eenwording.

Het Museum voor Religieuze Kunst besteedt dit jaar volop aandacht aan dit unieke fenomeen in de vorm van het project Een weg van sterren ... Pelgrimage & Santiago, dat op 14 mei van start zal gaan.

In aanloop naar deze expositie toont het museum de fotoserie Miserere van Marrie Bot (Bergambacht,1946). Toen de fotografe midden jaren zeventig aan haar project begon, was de belangstelling voor bedevaarten tanende. Santiago de Compostela, het eens zo vermaarde heiligdom van de apostel Jacobus in het noordwesten van Spanje, werd zelfs niet langer tot de grote bedevaartsplaatsen gerekend. Marrie Bot liet de stad dan ook links liggen en verlegde haar aandacht naar in ons land nauwelijks bekende Ierse en Poolse bedevaartsoorden als Croagh Patrick, Lough Derg, Zebrzydowski en Paclawska.

De 764 m hoge Croagh Patrick in het westen van Ierland

Miserere maakte indertijd veel indruk en staat nog immer te boek als een mijlpaal binnen de documentaire fotografie. De opnamen van pelgrims en broederschappen zijn soms confronterend. Beelden van fraai uitgedoste processies, maar ook van arme mensen die op hun blote knieën de laatste meters naar de top van de berg, naar het heiligdom afleggen. Beelden van trots, maar ook van zelf gekozen vernedering. En vooral van toewijding, van een geloof in Christus en Maria, op een wijze die weinigen in Nederland zouden kunnen of willen volvoeren. 

Op zondag 20 maart, 14.00 uur, zal Marrie Bot in het museum een toelichting geven op haar serie. Zie verder: http://www.wegvansterren.nl

 

Museum voor Religieuze Kunst
Vorstenburg 1, 5401 AZ Uden
tel. 0413 –263431
email: info@museumvoorreligieuzekunst.nl
website: http://www.wegvansterren.nl/ www.museumvoorreligieuzekunst.nl
Openingstijden :  dinsdag t.m. vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag, zondag en feestdagen 13.00 – 17.00 uur
Eerste Paasdag gesloten

naar boven

 



last update:
02-03-2011