Vredegerecht kanton Eindhoven

Tot aan de Franse revolutie en de inlijving in 1810 van het Koninkrijk Holland werd in elk dorp of elke stad recht gesproken door de schepenen. Het laat zich raden dat de kwaliteit van deze rechtspraak van dorp tot dorp verschilde en er een grote kans bestond op rechtsongelijkheid. Om hieraan een einde te maken werd door Napoleon Bonaparte bij keizerlijke decreten van 24 en 26 april 1810 voor het zuiden van Nederland een andere rechterlijke organisatie bevolen. Oost- en Midden-Brabant vormden het Departement des Bouches du Rhin, met als hoofdplaats ís-Hertogenbosch. Daar werd het Gerechtshof gevestigd. Het departement werd verdeeld in drie arrondissementen, waaronder het arrondissement Eindhoven dat daarmee een Rechtbank van Eerste Aanleg kreeg. Elk arrondissement werd op haar beurt weer onderverdeeld in kantons, met per kanton een Vredegerecht.

De vrederechter was een alleensprekende rechter. Hij had twee plaatsvervangers en werd bijgestaan door een griffier. Zijn eerste taak was het verzoenen van partijen en proberen tot een schikking te komen. Men mocht geen procedure voor een hogere rechtbank beginnen, zoals de Rechtbank van Eerste Aanleg, alvorens gepoogd was voor de vrederechter tot een regeling van het geschil te komen. Daarnaast mocht hij rechtspreken in zaken betreffende roerende goederen van geringe waarde, over schade aan gewassen, grensgeschillen, nalatig onderhoud van onroerend goed, arbeidsovereenkomsten, belediging, geschillen over recht van overpad, en dergelijke. Verder mocht hij overtredingen berechten. De vrederechter was ook betrokken bij de organisatie van en het uitoefenen van controle op publieke veilingen, uit naam van minderjarigen. Tenslotte had hij een belangrijke rol in familiezaken en erfrechtelijke kwesties, zoals bij familieberaad, emancipatie, verzegeling en ontzegeling van boedels ten behoeve van de rechtmatige erfgenamen, benoeming van voogden en curatoren (45%), het opmaken van aktes van bekendheid, en dergelijke. De vrederechter was weliswaar een beroepsrechter, maar hoefde niet juridisch geschoold te zijn. Van hem werd verwacht recht te spreken naar billijkheid.

Voor het kanton Eindhoven gaat het over de periode 1811-1838 om 1898 akten. De documenten zijn tot 1814 opgetekend in de Franse taal. Het gegevensbestand is integraal ter beschikking gesteld aan het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) te 's-Hertogenbosch en hier te raadplegen. Er is ook de mogelijkheid om de vredegerechten van Gemert en Grave te doorzoeken.

  copyright © Ad van Moolenbroek                                                                     last update: 18-08-2008